• Wat is het?
  • Over deze website
  • Ontstaansgeschiedenis
  • De Jodenvervolging
  • Hoe kun je meedoen?
  • Stappenplan
  • Te herdenken
  • Wordt herdacht
  • Is herdacht
  • Lokale herdenkingen
  • Plankjes ophalen
  • Archief
  • Contact en colofon
  • Zoek
  • Log in
  • Registreer

Simon Hekster

Geboren: Amsterdam, 18 januari 1902
Overleden: Extern kommando Königshütte, 31 december 1942
Bereikte de leeftijd van 40 jaar
Beroep: Incasseerder
Ruyschstraat 48 II, Amsterdam

Simon Hekster op het Joods Monument

Ruben Hekster

Simon Hekster werd op 18 januari 1902 geboren als zoon van Mina Kanes en Soesman Hekster. Hij werkte als incasseerder van het ziekenfonds — een man die dagelijks door de stad liep, berichten bezorgde, mensen aan hun deur aantrof. Op 21 februari 1934 trouwde hij met Serlina van Loggem. Op 29 juni 1938 werd hun dochter Sarina geboren. Ze woonden op de Ruyschstraat 48 II, Amsterdam.

In de nacht van 2 op 3 oktober 1942 werden de Joodse werkkampen in heel Nederland ontruimd. Ook de gezinnen thuis werden opgehaald. Op 3 of 5 oktober arriveerde Simon in kamp Westerbork, barak 64. Serlina en de vierjarige Sarina bleven achter op de Ruyschstraat. Wat volgde waren zeventien dagen van wanhopige pogingen om Simon daar weg te krijgen.

Er was een ware jacht op de Sperre — het stempel in het persoonsbewijs dat tijdelijk uitstel van deportatie beloofde. Joden die direct of indirect voor de Duitse oorlogsinspanning werkten konden gesperd worden, maar een Sperre bood geen zekerheid: elk moment kon hij ongeldig worden verklaard.

Op 6 oktober werden fotokopieën van zijn persoonsbewijzen opgestuurd. Op 17 oktober een spoedverzoek via de Joodsche Raad richting de Wehrmacht — de reguliere Duitse krijgsmacht, die een eigen vrijstellingsroute kende voor Joden die onmisbaar waren voor de oorlogsindustrie. Op 18 oktober nogmaals, per spoed. Op 20 oktober werd ook de organisatie 'Ons Belang' ingeschakeld. Iemand buiten het kamp — vermoedelijk Serlina, mogelijk met hulp van kennissen — ging langs instanties, stuurde brieven, zocht naar een uitweg.

De Joodsche Raad had in deze periode weinig invloed meer op het deportatiebeleid. Een bode bij het ziekenfonds was geen strategisch Wehrmacht-beroep. De aanvragen werden niet gehonoreerd.

Op 23 oktober 1942 staat er in rood op zijn kaart: Tr. — transport. En daaronder, onderstreept: Niet meer in Wbk (Westerbork).

Simon werd in Cosel uit de trein gehaald en tewerkgesteld in het extern kommando Königshütte, een buitenkamp van Auschwitz in de Silezische staalindustrie. Hij stierf op 31 december 1942. Hij werd 40 jaar oud. Ook zijn moeder, twee zussen en vijf broers en hun familie werden allen vermoord.

Serlina werd op 9 juli 1943 naar Sobibor gedeporteerd en vermoord op 33-jarige leeftijd. Sarina overleefde de oorlog als een van de Gruppe Unbekannte Kinder — een kind zonder naam op de lijsten, maar met een verhaal dat bewaard is gebleven in het boek van Daphne Meijer, Onbekende Kinderen.

  • Deel deze pagina