• Wat is het?
  • Over deze website
  • Ontstaansgeschiedenis
  • De Jodenvervolging
  • Hoe kun je meedoen?
  • Stappenplan
  • Te herdenken
  • Wordt herdacht
  • Is herdacht
  • Lokale herdenkingen
  • Plankjes ophalen
  • Archief
  • Contact en colofon
  • Zoek
  • Log in
  • Registreer

Elisabeth Italiaander-Cauveren

Geboren: Amsterdam, 28 mei 1901
Vermoord: Sobibor, 16 juli 1943
Bereikte de leeftijd van 42 jaar
Beroep: Knipster
Swammerdamstraat 18 I, Amsterdam

Elisabeth Italiaander-Cauveren op het Joods Monument

Brigitte Boon-van der Mark

Iemand anders heeft het naambordje gemaakt voor Elisabeth. Ik heb aangegeven wel het archiefonderzoek te willen doen. Dit is wat ik gevonden heb.

Elisabeth werd geboren om 21.00 uur in de Kerkstraat 447 en was een dochter van Mordechai Cauveren (geboren 28 december 1864 Amsterdam, diamantslijper, vermoord 24 september 1942 Auschwitz-Birkenau, 77  jaar) en Mietje Saphier (geboren 26 mei 1863 Amsterdam, overleden 20 februari 1934 Amsterdam, 70 jaar).
Zij was de zus van Vrouwtje (geboren 26 januari 1890 Amsterdam, vermoord 15 december 1942 Auschwitz-Birkenau), Sara (geboren 22 januari 1891 Amsterdam, vermoord 22 oktober 1943 Sobibor, 52 jaar), Hartog (geboren 26 mei 1892 Amsterdam, diamantbewerker, vermoord 31 januari 1945 Sachsenhausen, 52 jaar), Rachel (geboren 15 mei 1894 Amsterdam, vermoord 25 januari 1943 Auschwitz-Birkenau, 48 jaar), Samuel (geboren 6 oktober 1896 Amsterdam, overleden 16 juni 1924 Amsterdam, 27 jaar), Judith (geboren 1 januari 1898 Amsterdam, vermoord 31 januari 1944 Auschwitz-Birkenau, 46 jaar) en Roza (geboren 16 juni 1902 Amsterdam, overleden 31 oktober 1974 Amsterdam, 72 jaar).
Huwelijk
Op 21 september 1938 trad Elisabeth in Amsterdam in het huwelijk met Joël Italiaander (geboren 16 januari 1906 in Amsterdam, zoon van Emanuel Italiaander en Esther Komkommer, beroep winkelbediende/ meubelmaker / meubelhandelaar, vermoord 11 juni 1943 Sobibor, 37 jaar).
Elisabeth en Joël woonden op de Swammerdamstraat 18 II.  
Persoonsbewijs
Elisabeth kreeg volgens haar Amsterdamse archiefkaart op 20 oktober 1941 haar persoonsbewijs, nummer  474476.
Beroep
Volgens diezelfde Amsterdamse archiefkaart was Elisabeth knipster (coupeuse) van beroep.
Gezinsuitbreiding
Op 1 maart 1942 werd dochter Edith geboren in Amsterdam.
Joël tewerkgesteld in “de hel van Ellecom”
Op de kaart van de Joodse Raad over Joël staat bijgeschreven “uit Ellekom naar Westerbork”. 
In het Gelderse Ellecom, op het landgoed Avegoor, werden vanaf 1941 Nederlandse SS’ers getraind. In september 1942 komen er Joodse dwangarbeiders in het dwangarbeiderskamp Palästina gelegen op het landgoed aan, Joël was blijkbaar 1 van hen. Dit kamp zou bekend worden onder de naam “De hel van Ellecom”. De mannen moesten in een moordend tempo een sportveld aanleggen en helpen bij de bouw van een sporthal, waarbij zij voortdurend zwaar werden mishandeld door de Nederlandse SS’ers. In november 1942 waren de werkzaamheden afgerond en werden de overlevende dwangarbeiders (3 van hen overleefden het kamp niet) op 21 november 1942 doorgestuurd naar Westerbork. Op bevel van de kampcommandant Gemmeker werden ze allemaal in het ziekenhuis opgenomen, zwaar ondervoed (ze wogen gemiddeld nog maar zo’n 35 kilo) en uitgeput en werden voorlopig vrijgesteld van transport.
Joël in Westerbork 22 november 1942
Op de kaart van de Joodse Raad over Joël staat dat hij op 22 november 1942 ingeschreven is in Westerbork.
Joël uitgeschreven uit Amsterdam
Op 30 december 1942 schreef de gemeente Amsterdam Joël uit volgens zijn archiefkaart, nieuwe woonplaats “Lager Westerbork” in Westerbork.
Verhuizing Elisabeth en Edith 8 juni 1943
Volgens de Amsterdamse archiefkaarten van Elisabeth en Edith verhuisden zij op 8 juni 1943 naar de Retiefstraat 64 huis.
Joël op transport 8 juni 1943
Wat opvalt is dat Joël, op de dag van de verhuizing van Elisabeth en Edith, 8 juni 1943, op transport ging vanuit Westerbork. Dit was het grootste transport dat uit kamp Westerbork vertrok (3.017 personen), ook bekend  als “het kindertransport”, waarbij een groot deel van de gedeporteerden op 6 en 7 juni vanuit kamp Vught naar Westerbork op transport waren gesteld. Zijn vrouw en kind waren niet bij hem in Westerbork maar nog in Amsterdam. De trein vertrok met 46 wagons met bestemming Sobibor en kwam op 11 juni 1943 aan in Sobibor. Het grootste deel van de gedeporteerden werd meteen doorgestuurd naar de gaskamers, waaronder Joël. Niemand van dit transport overleefde de oorlog.
Elisabeth in Westerbork 28 juni 1943
Volgens de kaart van de Joodse Raad over Elisabeth werd zij op 28 juni 1943 ingeschreven in Westerbork barak 58.
Op transport
Op 13 juli 1943 werd Elisabeth op transport gesteld vanuit Westerbork. Dat transport ging met 47 wagons naar Sobibor en kwam daar op 16 juli 1943 aan. Het grootste deel van de gedeporteerden werd meteen doorgestuurd naar de gaskamers, Elisabeth was één van hen. Niemand van dit transport heeft de oorlog overleefd.
Dochter Edith
Volgens de Amsterdamse archiefkaart van Edith werd zij op 8 september 1943 ingeschreven op het adres Pretoriusplein 15 I, daar woonde haar tante Roza Bongenaar-Cauveren met haar niet-Joodse man Gerrit Lodewijk Bongeraar (geboren 12 maart 1908 Amsterdam, kapper, overleden 16 juli 1996 Amsterdam, 88 jaar). Edith overleefde de oorlog, was kapster van beroep en trad op 23 juni 1965 in Amsterdam in het huwelijk met Herman Löwenberg (geboren 30 april 1938 Amsterdam).
Kleindochter gastspreker Landelijke centrum naoorlogse gastsprekers WO2 tot nu
Op het Digitaal Joods Monument staat het volgende te lezen over kleindochter Liesan (Elisabeth Anna) Cohen-Löwenberg (kind van dochter Edith), gastspreker voor het Landelijke centrum naoorlogse gastsprekers WO2 tot nu: “In de komende weken kom ik bij jullie het verhaal van mijn vader Herman en mijn opa Kurt vertellen in de klas. Maar mijn moeder Edith had ook een vader en moeder. Helaas heb ik hen nooit gekend. Mijn opa Joël en oma Elisabeth zijn vermoord in vernietigingskamp Sobibor, omdat zij Joods waren. Samen kregen zij een oproep van de nazi's en mijn moeder Edith was toen 9 maanden. Op het station in Amsterdam mijn heeft oma Elisabeth mijn moeder als baby aan een wildvreemde mevrouw meegegeven. Raakte ze in paniek op het station? Of had een voorgevoel dat zij zouden worden vermoord? Hoe moet het voor mijn oma zijn geweest in die veewagon zonder kind op weg naar Sobibor? In ieder geval heeft mijn moeder Edith daardoor de oorlog overleefd. Die vreemde mevrouw heeft goed voor haar gezorgd. Ik kijk er naar uit jullie te zien. Tot dan! Liesan”
Tot slot
Bronnen: Stadsarchief Amsterdam (Bevolkingsregister, archiefkaarten), FamilySearch (geboorteakte), Arolsen Archieven (kaarten Joodse Raad), Digitaal Joods Monument, Nationaal Comité 4 en 5 mei, joodsewerkkampen.nl/overzicht-joodse-werkkampen/palastina.
De gevonden informatie zal ook gedeeld worden op het Digitale Joods Monument.
  • Deel deze pagina