Jacques Springer
Geboren:
Amsterdam,
Vermoord:
Auschwitz,
Bereikte de leeftijd van
16 jaar
Beroep: Banketbakker
Swammerdamstraat 35 II, Amsterdam
Als Jacques' ouders naar Lepelstraat 85huis verhuizen, is zijn moeder al zwanger van hem. Vier maanden later, op 21 mei 1926, wordt Jacques geboren. Als baby woont hij niet alleen samen met zijn ouders Henri en Anna, maar ook met zijn grootouders van moederskant, Philip en Christina, en zijn tante Duifje, een jongere zus van zijn moeder. Jacques' moeder is mantelwerkster. Zijn vader is banketbakker en is tijdens Jacques’ 1e levensjaar met groot verlof van de Nationale Militie. Dit betekent dat hij nog in dienst is, maar alleen oproepbaar voor noodgevallen en herhalingsoefeningen.
Nog voor Jaqcues’ 1e verjaardag trouwt tante Duifje en trekt in bij haar schoonouders in dezelfde straat op nummer 80 eenhoog. Jacques en zijn ouders wonen dan nog 1,5 jaar samen met zijn opa en oma in de Lepelstraat. Daarna gaan zijn grootouders naar Antwerpen en verhuizen Jacques en zijn ouders naar Pieter Aertszstraat 121 eenhoog. In mei 1930 vestigt het gezin zich op Swammerdamstraat 35 tweehoog.
Jacques’ grootouders van vaderskant, opa Jacob en oma Schoontje, wonen in België als hij geboren wordt. Ze keren terug naar Amsterdam als hij 6 jaar is en gaan ook in Amsterdam-Oost wonen: eerst in de Eerste Oosterparkstraat en daarna in de Vrolikstraat. Als Jacques 7 is, sterft zijn oom Levie (een oudere broer van zijn moeder). Een jaar later komen opa Philip en oma Christina terug uit Antwerpen en gaan niet ver bij hen vandaan in de Ruyschstraat wonen. In mei 1940 vallen de Duitsers het land binnen. Een half jaar later sterft oma Schoontje op 76-jarige leeftijd. Jacques is dan inmiddels 14 jaar oud.
Jacques is (banket)bakker geworden, net als zijn vader. Tijdens de oorlog werkt zijn vader voor de Expeditie Broodvoorziening van de Joodse Raad. Hierdoor krijgen Jacques’ ouders op 10 juli 1942 een vrijstelling (‘Sperre’) die hen behoedt voor deportatie. Wreed genoeg geldt deze vrijstelling niet voor de dan 16 jaar oude Jacques. Binnen 2 weken wordt hij gescheiden van zijn ouders en gedeporteerd naar Kamp Westerbork. Een paar dagen later, op 27 juli, gaat hij op transport naar Auschwitz waar op 30 september wordt vermoord.
Later dat jaar worden ook Jacques’ grootouders gedeporteerd naar Auschwitz. Opa Jacob wordt daar op 8 oktober vermoord, opa Philip en oma Christina op 3 december.
In mei 1943 wordt de Sperre van zijn ouders ingetrokken. Bij de grote razzia van 20 juni worden zij opgepakt en naar Kamp Westerbork gedeporteerd. Op 6 juli worden ze op transport gesteld naar Sobibor, waar ze bij aankomst gelijk worden vermoord.
