Salomon Izaaks
Geboren:
Amsterdam,
Overleden:
Midden-Europa,
Bereikte de leeftijd van
51 jaar
Beroep: Werkverschaffingsarbeider
Swammerdamstraat 31 huis, Amsterdam
Jeugd
Als Salomon in 1892 wordt geboren, wonen zijn ouders ongetrouwd samen op Laagte Kadijk 10 in Amsterdam. Net als zijn 2 jaar oudere broer Jacobus Marinus krijgt hij daarom de achternaam van zijn moeder Anna Maria Kreugel. Zijn moeder en haar jongere zus Cornelia Alida Elisabeth die ook in het huis woont, zijn geboren in Amsterdam. Zijn vader Barend Izaaks is geboren in Leeuwarden, maar is met zijn ouders en 7 broers en zussen naar Amsterdam verhuisd, minstens 10 jaar voordat Salomon ter wereld komt. Salomon wordt vernoemd naar zijn grootvader van vaderszijde, een koopman geboren te Groningen. In september 1894 krijgt hij een zusje: Sara Maria Kreugel. Een klein jaar later, in mei 1895, trouwen zijn ouders en krijgen alle 3 kinderen (na erkenning) de achternaam van hun vader: Izaaks.
Salomon is bijna 16 jaar wanneer zijn moeder op 40-jarige leeftijd overlijdt. In de jaren daarna, tussen 1908 en 1916, woont hij 3 maal in Antwerpen. Eerst samen met zijn vader en zusje Sara Maria, en later op zichzelf. Hij werkt er als diamantslijper. In deze periode vervult hij ook zijn dienstplicht: Op zijn 19e wordt hij ingeloot bij de Nationale Militie (de toenmalige Nederlandse krijgsmacht; officieel duurde deze diensttijd 7 jaar, maar in de praktijk dienden dienstplichtigen 1 tot 1,5 jaar, met daarna nog 2 herhalingen van 5 tot 6 weken). Zijn broer Jacobus Marinus was 3 jaar eerder vrijgesteld van dienst in verband met een lichamelijk gebrek. Vandaar dat Salomon niet wordt vrijgesteld op basis van broederdienst. Salomon is 1,66 m. lang en is net als zijn vader en broer diamantslijper van beroep.
Gezin
Op oudjaarsdag 1919 trouwt Salomon met de 3 jaar jongere Vrouwtje Peper in Amsterdam. Zij is begin dat jaar gescheiden van haar eerste echtgenoot, en is op de huwelijksdag hoogzwanger. Ruim 2 weken later, op 16 januari 1920, krijgen ze hun 1e kindje: Anna Maria. In september 1923 vertrekt Salomons zus Sara Maria samen met haar man en hun baby-dochtertje naar Antwerpen. In februari 1924 verhuizen Salomon, Vrouwtje en de 3-jarige Anna Maria daar ook naartoe. Eind dat jaar wordt hun dochtertje Esther daar geboren. Ruim 4 maanden later overlijdt Salomons vader in Amsterdam. Het gezin woont op verschillende adressen in Antwerpen en Borgerhout. In 1926 komt ook Salomons broer Jacobus Marinus met zijn vrouw en 2 zoontjes in België wonen en werken. In 1928 is Salomon werkzaam bij diamantslijperij Rombouts, waar hij 600 franc per week verdient.
Op 20 mei 1930 keren ze terug naar Amsterdam. Na ruim een maand op Karel du Jardinstraat 19 eenhoog (bij het gezin van Vrouwtje's zus) verhuizen ze naar de overwegend Joodse Swammerdambuurt. Eerst wonen ze op Blasiusstraat 17 driehoog. Op eenhoog woont dan het gezin van broer Jacobus Marinus, dat ook net is teruggekomen uit Antwerpen. Na 3 jaar verhuist Salomon met zijn gezin naar Eerste Boerhaavestraat 26huis. Hier wordt in 1934 hun jongste dochter Philippine geboren. Drie jaar later verhuizen ze naar Swammerdamstraat 31huis, om de hoek aan de overzijde van de straat. Salomon werkt inmiddels niet meer als diamantslijper, maar als werkverschaffingsarbeider.
Oorlog
Niemand van het gezin overleeft de oorlog. Dochters Anna Maria en Esther worden op 27 juli 1942 weggevoerd naar Kamp Westerbork. Op de dag van Anna Maria's (en Esthers?) deportatie naar Auschwitz, op 31 juli, worden Salomon, Vrouwtje en de 8-jarige Philippine naar Kamp Westerbork gevoerd. Twee maanden later, op 5 oktober, worden ook zij gedeporteerd naar Auschwitz. Anna Maria en Esther zijn daar dan al vermoord, en 3 dagen later treft Vrouwtje en Philippine hetzelfde lot.
Een jaar later, op 31 augustus 1943, wordt Salomon vermoord in Midden-Europa. Hij is dan 51 jaar oud.
Twee maanden eerder is zijn broer Jacobus Marinus, nadat hij gearresteerd was als lid van het verzet, vermoord in Sobibor. Zijn vrouw en kinderen worden niet gedeporteerd en overleven de oorlog. Salomons zus Sara Maria en haar 2 dochters overleven de oorlog, waarschijnlijk in België. Haar man Abraham Bak overlijdt eind 1944 in strafgevangenis Wolfenbüttel. Hij had een ruige nachtbar in Antwerpen en lijkt betrokken te zijn geweest bij o.a. het vervalsen en/of vervaardigen van paspoorten.* Zijn grafsteen ligt op ereveld Loenen.
___________
* https://www.yumpu.com/nl/document/download/13873883/6835d-634f5-4fdcb-2e17c-50964-d06ed-79201-f1683; p.120-121
