Anna Springer-Peper
Geboren:
Amsterdam,
Vermoord:
Sobibor,
Bereikte de leeftijd van
44 jaar
Swammerdamstraat 35 II, Amsterdam
Jeugd
Anna wordt op 5 augustus 1898 geboren in Amsterdam, op de 5e verjaardag van haar broer Abraham. Haar broer Levie is dan bijna 3,5. Als Anna ruim 1 jaar oud is, wordt haar broertje Maurits geboren. Daarna krijgt ze nog 3 zusjes: Duifje als ze 3,5 is, Klaartje als ze 6 is, en Mina als ze 12 is. Kleine Mina wordt helaas niet ouder dan 1,5 jaar.
Alle kinderen worden in Amsterdam geboren, net als Anna’s ouders Philip Peper en Christina Peper-Werkendam. Oorspronkelijk is Anna’s vader diamantzetter, maar in 1901, dus nog voordat Duifje is geboren, raakt hij invalide en kan hij dit beroep niet meer uitoefenen. Later zal hij als portier werken en als koopman.
In 1918 woont het gezin op Blasiusstraat 124 driehoog. Kort na Anna’s 20e verjaardag trouwt Levie met Rebecca Werkendam, die in dezelfde straat op nummer 91 eenhoog woont, en verlaat het huis. Een paar maanden later, in januari 1919, verhuist Maurits naar Amersfoort. In mei dat jaar vertrekt ook Abraham, na zijn huwelijk met de Belgische Marianna de Leeuw.
Henri en Jacques
Anna werkt als mantelwerkster. Op 29 november 1922 trouwt ze met de 5 maanden jongere Henri Springer. Henri is banketbakker en vervult op dat moment zijn dienstplicht bij de Nationale Militie (de toenmalige Nederlandse krijgsmacht). Het jonge paar gaat samenwonen bij weduwnaar Marcus Colmans op Blasiusstraat 109 tweehoog, schuin tegenover het huis van Anna’s ouders. Als Colmans verhuist, trekken Anna en Henri in bij Anna’s ouders. Haar zusje Klaartje is dan net getrouwd met Simon Feitsma en bij haar schoonouders ingetrokken, schuin tegenover op Blasiusstraat 131huis. Haar zusje Duifje woont nog wel thuis.
Half januari 1926 verlaten ze de Blasiusstraat en verhuizen met z’n vieren naar Lepelstraat 85huis. Anna is dan al zwanger, want op 21 mei wordt hier hun zoon Jacques geboren. Ruim een jaar daarna trouwt Duifje met Gerrit van Geuns en trekt in bij haar schoonouders in dezelfde straat op nummer 80 eenhoog. Anna, Henri en Jacques wonen dan nog 1,5 jaar samen met Anna’s ouders in de Lepelstraat. Daarna vertrekken haar ouders naar Antwerpen en verhuist Anna met haar gezin naar Pieter Aertszstraat 121 eenhoog. In mei 1930 vestigt het gezin zich op Swammerdamstraat 35 tweehoog.
Daar wonen ze als op 19 juni 1937 Anna’s broer Levie sterft en als in 1938 Anna’s ouders terugkomen uit België om bij Anna en haar gezin in de buurt te gaan wonen op Ruyschstraat 103 eenhoog. En daar wonen ze nog steeds als in 1940 de Duitsers het land binnenvallen.
Oorlog
Vanaf 1941 moeten alle Joden geld en tegoeden boven 1000 gulden, en later ook andere waardevolle spullen, inleveren bij de Liro-bank. Dit zogenaamde filiaal van de Lippmann-Rosenthal bank in de Sarphatistraat is door de nazi’s opgezet als roofbank, waarmee de nazi’s de deportatie van de Joden, de uitbreiding van Kamp Westerbork en de bouw van Kamp Vught financieren. Hoewel de meeste Liro-kaarten (waarop de geroofde kostbaarheden geadministreerd staan) zijn vernietigd, is er in het Nationaal Archief in Den Haag nog zo’n kaart aanwezig waaruit blijkt dat ook Henri en Anna waardevolle spullen hebben ingeleverd bij de Liro-bank.*
Op 10 juli 1942 krijgen Anna en Henri een vrijstelling (‘Sperre’) in verband met Henri’s werk bij de Expeditie Broodvoorziening van de Joodse Raad. Deze Sperre behoedt hen voor deportatie. Wreed genoeg geldt deze vrijstelling niet voor hun zoon Jacques, die dan pas 16 jaar oud is en ook (banket)bakker is geworden. Binnen 2 weken wordt hij gescheiden van zijn ouders en gedeporteerd naar Kamp Westerbork. Een paar dagen later gaat hij op transport naar Auschwitz waar hij op 30 september wordt vermoord. Later dat jaar worden ook Anna’s ouders gedeporteerd en vermoord in Auschwitz.
In mei 1943 moet de Joodse Raad het aantal Sperres drastisch verminderen. Zevenduizend Sperres worden ingetrokken, ook die van Anna en Henri. Net als vele anderen weigeren ze zich vrijwillig te melden voor deportatie. De nazi’s laten het er niet bij zitten en voeren razzia’s uit. Bij de grote razzia van 20 juni worden Anna en Henri opgepakt en samen met nog 5540 Joden direct naar Kamp Westerbork gedeporteerd. Op 6 juli worden ze op transport gesteld naar Sobibor, waar ze bij aankomst gelijk worden vermoord. Ze zijn dan allebei 44 jaar oud.
Op Joods Monument staat een mooie foto van hen samen.
Anna’s broer Abraham en haar zussen Duifje en Klaartje overleven de oorlog, samen met hun partners. Abraham en Marianna hebben geen kinderen en wonen tijdens de oorlog waarschijnlijk in Frankrijk. Duifje, Gerrit en hun zoon overleven in België. Klaartje en Simon hebben geen kinderen en wonen ook in het buitenland, misschien in Engeland. Ook Levie’s weduwe Rebecca en hun twee kinderen overleven de oorlog, waarschijnlijk in België. Het lot van Anna’s broer Maurits is niet helemaal duidelijk, maar mogelijk heeft hij samen met zijn Belgische vrouw Clementina Pelagia de Cock en hun twee kinderen de oorlog in België overleefd.
____________________
Bronnen m.b.t. de Liro-bank
https://www.annefrank.org/nl/timeline/109/nederlandse-joden-worden-beroofd/
https://www.joodsamsterdam.nl/lippmann-rosenthal/
https://www.joodsmonument.nl/nl/page/722/liro-kaart
* https://www.joodsmonument.nl/nl/page/490536/henri-springer-and-his-family
Bronnen m.b.t. de razzia’s:
https://www.joodsmonument.nl/nl/page/546965/razzia-s-deportaties-en-vrijstellingen
https://nl.wikipedia.org/wiki/Razzia_van_20_juni_1943
