• Wat is het?
  • Over deze website
  • Ontstaansgeschiedenis
  • De Jodenvervolging
  • Hoe kun je meedoen?
  • Stappenplan
  • Te herdenken
  • Wordt herdacht
  • Is herdacht
  • Lokale herdenkingen
  • Plankjes ophalen
  • Archief
  • Contact en colofon
  • Zoek
  • Log in
  • Registreer

Hartog Frank

Geboren: Amsterdam, 31 juli 1912
Vermoord: Sobibor, 2 juli 1943
Bereikte de leeftijd van 30 jaar
Beroep: Koopman
Swammerdamstraat 42 II, Amsterdam

Hartog Frank op het Joods Monument

Brigitte Boon-van der Mark

Iemand anders heeft het naambordje gemaakt voor Hartog. Ik heb aangegeven wel het archiefonderzoek naar Hartog te willen doen. Dit is wat ik over hem heb gevonden:

Zoon van Louis en Sara
Hartog was een zoon van Louis Frank (geboren 26 december 1889 Amsterdam, diamantbewerker, later straatventer, 1,517 meter groot volgens zijn militieregistratie en daarmee te klein voor militaire dienst) en Sara Polak (geboren 27 december 1889 Amsterdam, naaister). En was de broer van Henriette Frank (geboren 2 september 1920 Amsterdam). Het gezin woonde op de Deijmanstraat 2-1 hoog.
Louis en Sara werden van 16 op 17 februari 1943 naar kamp Vught getransporteerd (Louis werd geregistreerd als zijnde diamantslijper, Sara was daar gevangenenummer 66376), op 23 mei 1943 werden zij naar Westerbork overgebracht, daar werden zij op 24 mei 1943 ingeschreven. Diezelfde avond zullen zij gehoord hebben dat zij de volgende dag al op transport moesten naar het Oosten, samen met 2.860 andere mensen. Het transport van 25 mei 1943 ging naar Sobibor, daar kwamen zij op 28 mei 1943 aan, waarna beiden meteen doorgestuurd zijn naar de gaskamers waar zij zijn vermoord. Niemand van dit transport heeft de oorlog overleefd.
Zus Henriette
Zijn zus ging met hun ouders mee op transport van 16 op 17 februari 1943 naar kamp Vught. Zij werd op 3 juni 1944 op transport gesteld. In Auschwitz deel IV van Het Rode Kruis staat dat dit transport helemaal bestond uit werknemers van “Philips”, in totaal 496 mensen  van wie 46 kinderen. Het ging rechtstreeks van kamp Vught naar Auschwitz-Birkenau. Iedereen werd daar bij aankomst voor het kamp geselecteerd, wat heel uitzonderlijk was. Auschwitz Deel V van Het Rode Kruis vermeldt dat er 60 overlevenden waren van deze groep mensen, 40 mannen en 20 vrouwen. Henriette was 1 van de 20 overlevende vrouwen. Volgens na de oorlog op haar kaart van de Joodse Raad geplaatste aantekeningen stond zij op 26 mei 1945 op een lijst in Zweden, was zij op 21 augustus 1945 gerepatrieerd (teruggekeerd/teruggebracht) en was haar adres Uiterwaardenstraat 68-1 hoog. Op 20 februari 1946 trad zij in het huwelijk met Salomon Ruben Swaab (zoon van Ruben  Schwaab en Betsy van Ploeg, geboren 23 mei 1920 in Amsterdam, ook een overlevende, hij kwam op 3 oktober 1945 in Westerbork, ging op 5 oktober 1942 op transport, werd in Cosel van het transport gehaald en overleefde de kampen Sakrau, Blechhammer, Gross-Rosen, Buchenwald en werd bevrijd op 8 mei 1945 in Theresiënstadt).
Huwelijk en gezinsuitbreiding
Op 15 november 1939 trad Hartog in het huwelijk met Johanna Roet (geboren 20 februari 1914 Amsterdam, dochter van Leendert Roet en Eva Grootkerk) en gingen zij op de Swammerdamstraat 42 2 hoog wonen. Hun zoon Louis, vernoemd naar zijn opa, werd geboren op 24 augustus 1941.
Beroep
Volgens de archiefkaart van Hartog was hij diamantslijper en later koopman in manufacturen.
Verhuizing
Het gezin verhuisde op 12 juni 1943 volgens hun archiefkaart van het Amsterdamse Stadsarchief naar de Tugelaweg 128 huis, maar daar hebben zij dan maar kort mogen wonen, zoals te lezen is op hun kaart van de Joodse Raad.
Informatie op de kaart van de Joodse Raad
Beroep: Marktkoopman in textiel, Joodsche Markt Gaaspstraat, December 1941 standplaats No 148 werkt thans bij Sluyter’s sch.m.s.
Gesperrt: wegens functie
Vroegere werkkring: marktkoopman
Ingeschreven kamp Westerbork 20 juni 1943, ingedeeld in barak 63
Op transport 29 juni 1943
Vanuit Westerbork op transport 29 juni 1943
Hartog en Sara waren net een week in Westerbork toen zij te horen kregen dat zij op 29 juni 1943 op transport gesteld zouden worden. Dit transport ging met een trein met 47 wagons van Westerbork naar Sobibor met 2.397 mensen. Op 2 juli 1943 kwam dit transport aan in Sobibor, niemand van dit transport heeft de oorlog overleefd.
Zoon Louis overleefde
Op het Digitaal Joods Monument staat door een bezoeker aanvullende informatie over het zoontje van Hartog: “Tijdens de bezetting kregen Hartog Frank en Johanna Roet een zoontje. Deze dook na de bevrijding in september 1944 op bij een gezin in Urmond (Limburg), waar hij tot 1946 bleef wonen.”
Hartog en Johanna hebben dus de dappere beslissing genomen om hun zoontje elders te laten onderduiken en hebben daarmee zijn leven gered…
Tot slot
Bronnen: Stadsarchief Amsterdam (archiefkaarten, militiekaart), Arolsen Archieven (kaarten Joodse Raad), boeken Sobibor de Transporten / In Memoriam / Auschwitz Chronicle / Auschwitz deel IV en deel V van Het Rode Kruis.

De gevonden informatie zal ook gedeeld worden op het Digitaal Joods Monument.

  • Deel deze pagina